» Dromen van «
ik had ze weer eens niet herkend
die kleine denkende mannetjes
op dat verborgen monument
koude neus
dikke sjaal
ik ben een kneus
ik ben het helemaal
slenteren in de mist
zoek warmte op de tast
ik heb me vergist
ik denk dat ik barst
van hoge nood
en vergeet alles
wat ik heb verkloot
ouwe reus
oud verhaal
ik ben een kneus
ik ben het helemaal
vast bevroren
in de lente dauw
denkt hij nieuw geboren
aan zijn lieve vrouw
met haar glossy rode vleugels
en die geile zwarte stippen
daaraan kan geen ander
lieveheersbeestinnetje tippen
en zodra de eerste stralen
het ijs doen breken
vergrijpt hij zich met
lieveheersbeesten streken
maar met groots verweer
wordt hij van haar bloem gegooid
en valt hij op zijn lieveheersbeesten Unit
die nog niet helemaal was ontdooid
krak!
daar brak zijn mannelijkheid
lief maar onbeheersd
door zijn beestige verliefdheid
scherven slaan stuk
onder het zware juk
van dit
eeuwenoude toneelstuk
mosterd na mijn maal
wie gaat met wie
aan de haal
ach…
‘t zal wel allemaal
ochtend dauw
luttele seconden
ik vraag me af
waar blijf je nou
nog een paar
en ik lach
als ik weer naar
wollige wolken staar
fel verlicht
en in de son
draai ik ze om
zie ik je gezicht
voor jou
draai ik de wolken om
omdat ik stiekem zo
van draaien hou